Pater Noster, qui es in cælis;

Onze Vader, die in de hemel zijt;

VASTEN - BIDDEN - AALMOEZEN

Op woensdag 5 maart is het Aswoensdag. Na drie dagen Carnaval is de veertigdaagse vastentijd begonnen. In de grote godsdiensten is de vastentijd een belangrijke tijd. Orthodoxe Joden houden zich er streng aan. En iedereen heeft wel eens gehoord van de Ramadan. De meeste moslims eten en drinken - een maand lang - niet van zonsopgang tot zonsondergang. Zwangere vrouwen, zieken en reizigers hoeven niet te vasten, maar zij moeten het later wel inhalen als hun gezondheid dat toelaat.

Ouderen onder ons weten dat wij in de kerk ook strenge vastenwetten hadden. Minder boterhammen. Geen vlees behalve op zondag, geen feesten, geen trouwerijen, geen snoep. De snoepjes gingen in de vastentrommel. Pas op de middag van paaszaterdag - als alles één grote klont was geworden - mochten ze worden opgegeten. Zo deed iedereen mee: jong en oud. Als je je niet aan de vastenwetten kon houden, dan ging je naar de pastoor, die je ontheffing kon geven. Je kreeg dan dispensatie. Nu zijn alleen Aswoensdag en Goede Vrijdag nog echte vastendagen. En zelfs die dagen worden vaak vergeten. Maar als de waardepapieren van de vastentijd dalen, dan is de kans erg groot dat wij het kind met het badwater hebben weggegooid. Maar wat is het kind en wat het badwater?

Het badwater zijn de vastenwetten, maar de diepste zin van vastentijd en Pasen is dat wij met Christus de overtocht wagen van dood naar leven. De vastentijd is een generale repetitie voor ons eigen doodgaan. We laten een heleboel los wat we op een keer toch los moeten laten. Daarom waren er vroeger die regels van eten en drinken, van niet dansen, niet snoepen, niet trouwen, niet naar de bioscoop. Het was alleen maar de bedoeling dat je loskwam van je egoïsme, van je zelfzucht, om dan met Pasen als een herboren mens met Christus op te staan. De wereld loslaten om met Pasen de hemel te kunnen pakken. We hebben bijna alle vastenwetten afgeschaft. Die hadden ook weinig zin als je in plaats van vlees heerlijk paling gaat eten. Maar toen die wetten werden afgeschaft, werd ons wel gevraagd zeven weken heel sober te gaan leven volgens je eigen geweten en je persoonlijke overtuiging. Om dan wat je door zo te leven had uitgespaard te geven aan mensen die zo veel tekort komen.

Het evangelie (Matteüs 6: 1-15) heeft het over vasten, bidden en aalmoezen geven. Jezus waarschuwt ons dat dat niet mag ontaarden in een uitwendige dienst ‘om gezien te worden door de mensen’. Vasten is voor Jezus meer dan je onthouden van eten en drinken. Het heeft alles te maken met de Vader die in de hemel is en met de broeders in nood. Als je vast, hoef je je hoofd niet te laten hangen. Je hoeft je ook niet in zak en as neer te zetten.

De vastentijd moet ons allereerst vrij maken voor mensen die het slechter hebben dan wij. Vasten is je brood delen met wie honger heeft, arme zwervers opnemen in je huis en de naakten kleden die je ziet. De vastentijd moet je leren hoe je opstelling is tegenover de materiële dingen, tegenover welvaart en bezit.

Wij leven in een tijd, waarin wij onszelf als mens maar al te graag centraal stellen. ‘Zelfontplooiing’ is de slogan. Kunnen we nog wel delen van wat we hebben? Wij hebben het vaak over verslaving en denken daarbij aan verdovende middelen. Maar elk mens lijdt aan verslaving, want elk mens vindt bij tijd en wijle dingen belangrijker dan de mensen om je heen. De Vastentijd is een oefentijd naar Pasen. Je handen leegmaken om ze te kunnen vullen met Verrijzenis.

In de vastentijd gaat het om deze drie woorden: vasten, bidden en aalmoezen geven. En wat dat laatste betreft: het gaat om meer dan een paar geldstukken. Het mag best een beetje pijn doen, als je geldbeurs wat dunner wordt. Gelukkig ben je, als je er iets anders voor moet laten staan. Onder aalmoezen geven wordt ook verstaan: iets van je tijd aan anderen geven, het verdriet met anderen delen, geduld hebben met elkaar. En zo groeien we toe naar een nieuwe stijl van leven.

Op Aswoensdag 5 maart (19.30 uur) worden wij getekend met een kruis van as. We gaan dan met z'n allen de nachtschuit in. Er komt een tijd van mededeelzaamheid, vasten, boete, bidden. Dat is een hele opgave. Maar we mogen gerust zijn: over de hele wereld vasten ze met ons mee. Het is een tijd, waarin we ons bezig zullen houden met de vraagstukken in onze samenleving: met vrede, gerechtigheid, de heel-heid van de schepping. Wat doen we concreet aan vrede in ons gezin, in onze buurt? Wat doen we aan de bescherming van ons milieu: lucht, water, groen? Wat doen we om de afvalstroom te verminderen? Wat doen we aan een maatschappij die geen soberheid kent en geen soberheid wil? Wat doen we aan de harde koelzakelijke sfeer waarin wij soms met elkaar omgaan? Hoe gaan we om met de noodlijdenden onder ons - in financieel, maar ook in geestelijk opzicht? Geeft ons wekelijks samenkomen ons voldoende steun mee en voldoende inspiratie?

Jezus gaat niet door de knieën voor het materialisme. Hij gaat niet in op de bekoring van een ik-gericht leven. Veertig dagen lang krijgen we de kans om los te komen van de dingen van deze wereld: om te leren er weer te zijn voor elkaar en voor God, zoals God er wil zijn voor ons. Ik wens u een goede, inspirerende, maar vooral vruchtbare veertigdagentijd toe. Als het ons zou lukken onze handen leeg te maken, zal het wonder van het Paasfeest des te groter zijn!

Pater Ambro Bakker s.m.a.