Pater Noster, qui es in cælis;

Onze Vader, die in de hemel zijt;

EEN KAARSJE OPSTEKEN

handen om kaarsen

Kaarsen geven warmte en licht. Maar ze geven ook gezelligheid en een huiselijk gevoel. Zij verdrijven de duisternis. Maar er is meer: menigeen die tijdens de vakantie een kerk bezoekt, steekt een kaarsje aan. Een kaars heeft een sterke, symbolische kracht, die tegengestelde krachten in zich verenigt. Kaarsen zijn een uitdrukking van licht en warmte, maar ook een zinnebeeld van verwoesting. Want een klein vlammetje kan grote gebouwen in lichterlaaie zetten!

Kaarsen zijn een symbool van ons eigen leven. Bovenop brandt het licht dat duisternis kan doorbreken, warmte kan geven. Daaronder is de was, die stil en bescheiden in de vlam vergaat. De was verzet zich niet: toonbeeld van bereidheid. De kaars is bereid om daar te branden waar ze wordt neergezet. De kaarsen die u bij Maria brandt, drukken haar en ons leven uit, en hopelijk onze bereidheid om daar te branden waar duisternis de mens in zijn greep houdt. Als er maar enkelen licht willen zijn, dan ziet de wereld er grimmig en schimmig uit. Maar als velen hun licht brandende houden, wordt de wereld warm en gezellig en verdwijnt de duisternis. Klaag dus niet dat de tijden duister zijn, maar steek zelf uw licht op en duisternis zal verdwijnen.

Waarom branden mensen, ook in onze kerk, zoveel kaarsen? De intussen overleden Dirk Braakman, de voormalige deken van Alkmaar, vertelde me eens het volgende: ‘Enige tijd terug werd ik opgebeld met de vraag of ik in onze kerk een kaars wilde opsteken bij Maria. Want, zo vertelde de stem aan de andere kant, mijn zoon doet vandaag examen. Ik zei: U kunt beter zelf een kaars komen opsteken. Maar daar had hij ‘geen tijd’ voor. Toen vervolgde ik: Ik twijfel of het opsteken van een kaars dan wel zin heeft. Natuurlijk is het wel goed voor de parochiekas, maar niet voor het welslagen van het examen. Het kaarsen opsteken heeft zin, als u er zelf wat voor doet. Oh, dan hoeft u de kaars niet op te steken...

Jongeren hoor ik weleens vertellen dat hun ouders, en niet te vergeten hun grootouders, een kaars opsteken in de examenperiode. Deze jongeren zeggen ronduit niet te verwachten dat God of Maria hen door het examen heen zal slepen, maar ze bewonderen dat er iemand aan hen denkt. Dat geeft steun. Het lichtje van de kaars is 't lichtje van genegenheid. Ook al moet je je examen in je eentje maken, het geeft nu eenmaal kracht te weten dat anderen met je meeleven. En dat is christelijk. Ik vermoed niet dat God of Maria per definitie ervoor zorgt dat je slaagt voor je examen. Onze verlangens worden niet altijd door God verhoord op de manier die wij ons voorstellen. Het is ook maar de vraag of 't slagen voor de overgang of het examen goed voor ons is. Soms is 'n leerling meer gebaat bij "een jaartje overdoen". Maar elke leerling is er wél gebaat bij 't echt meeleven. Dat kan zich uiten in persoonlijke belangstelling, of door te luisteren naar de verhalen over proefwerken, of door voor een kopje thee te zorgen, of door een lichtje van medeleven op te steken. Want echt meeleven wordt altijd door God gezegend’

Vaak steken wij ook kaarsen aan als een herinnering aan onze doden. Dit gebaar begeleidt ons gebed voor onze dierbare overledenen. Wij willen hun naam levend houden in ons midden. Toon Hermans heeft ook een mooi stukje geschreven over het waarom van een kaars aansteken. Ik geef het graag aan u door:

Ik weet niet hoeveel mensen
mij hebben geschreven
- toen het slecht met me ging - :
‘We zullen een kaarsje
voor je opsteken!’
Mensen uit alle lagen van de bevolking
onder wie ook gelouterde mensen
die zelf ooit hard hadden moeten knokken.
Op die momenten voel je,
dat zo'n kaarsvlammetje niet zomaar
een sentimenteel lichtje is.
Als iemand een kaars pakt,
een lucifer, en die kaars
voor iemand anders aansteekt,
dan is er toch sprake van warmte
van de ene mens voor de andere.
Duizenden en duizenden mensen
steken op een dag een kaarsje aan.
Dat is iets heel anders,
dan wanneer duizenden mensen
geen kaars aansteken.
Bidden betekent niet alleen
vragen voor jezelf, maar het is ook
vragen voor de ander.
kaarslicht
Zoals je een kaarsje
voor een ander opsteekt,
zo vindt door het gebed
een verbinding plaats
en dat is de grote kracht
in de samenleving.

Laten wij ook onze kaarsen blijvend laten branden om aan te geven dat wij in Jezus spoor ‘Licht voor elkaar’ willen zijn. Een lichtje dat geënt is op het grootse ‘Licht van de Paaskaars’!

Ambro Bakker s.m.a.