Pater Noster, qui es in cælis;

Onze Vader, die in de hemel zijt;
vasten

Vasten

In de H. Schrift is de woestijn het beeld geworden van niet-weten, van hulpeloos-zijn. Het beeld van de gure winter, van barre tijden. Het beeld van de verwarring en dreiging van alle kanten. Sprookjes spreken over het donkere bos, waarin Hans en Grietje, Roodkapje en Kleinduimpje terechtkomen. Kleinduimpje wordt letterlijk het bos ingestuurd. In donkere bossen binden helden de strijd aan met afschuwelijke slangen en zevenkoppige draken. Na veel tegenslag en strijd weten de ridders uiteindelijk hun prinses te bevrijden.

De woestijn - het donkere bos - is het beeld van alle tijden. Ook wij leven in een tijd met ongebaande wegen, zonder uitweg. Waar stevenen we met z'n allen op af? Ook de kerk lijkt uit de koers geraakt, lijkt niet te weten welke kant zij uit moet of uit gaat. 'n Wereld, 'n kerk zonder diepgang? Maar de woestijn, dat donkere bos, is een beeld van alle tijden: elk mens, elk volk en elke tijd moet erdoorheen. Elke tijd kent zijn woestijnervaringen. Anne Frank schrijft op 15 juli 1944 in haar dagboek: ‘Ik zie hoe de wereld steeds meer in een woestijn herschapen wordt. Ik hoor de aanrollende donder die ook ons zal doden. Ik voel het leed van miljoenen mensen mee. Maar toch, als ik naar de hemel kijk, dan weet ik dat alles zich weer ten goede zal wenden en dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen’.

In het 8ste hoofdstuk van het boek Deuteronomium lezen we hoe Mozes, staande aan de overzijde van de Jordaan, de Thora - waarin God de wereld op de juiste koers wil houden - begint te ontvouwen. Hij houdt ons voor: ‘Blijf ook in tijden waarin het goed met je gaat. denken aan de tocht van veertig jaar woestijn!" Want in perioden, waarin het goed met je gaat, vergeten we al gauw dat er een God is die ons heeft ontrukt aan de ijzeren klauwen van dat donkere bos - dat verschrikkelijke land, dat oord zonder water. Blijf denken aan die woestijntocht van veertig jaar. Het zal ons behoeden tegen overmoed en menselijke trots. Zeker als je in al je macht meent dat we als mensen zélf die welvaart en voorspoed hebben bereikt. Nooit, zegt Mozes, mogen we vergeten dat we een bevrijd en verlost volk zijn. Deze ervaring vormt de bron van leven, de bron van ons bestaan.

Blijf denken aan die tocht door de woestijn. Blijf denken aan al die keren dat je tot je nek toe in de modder zat en God je eruit haalde. Vergeet nooit dat er tóch een toekomst mogelijk bleek, toen er geen zicht op redding meer was. Hoe vast je ook in je leven zit: altijd is er een uitweg. Ook als je vastzit in 't leven, in je vriendschap, in je liefde: blijf geloven in die bevrijdende tocht door de woestijn. Leef vanuit de gedachte: voor gelovige mensen bestaan er geen doodlopende wegen. En het land zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvel! Woestijnervaringen zijn daarom niet altijd negatief. In de woestijn kunnen mensen ook uitgroeien tot volwassen mensen. Mensen die gelouterd zijn en zich weer naar God toekeren. Jezus wil ons de weg wijzen in de woestijn. Hij is zelfs ‘de weg’. Hij is de énige begaanbare weg in ons leven.

Een oude Joodse legende vertelt het volgende: ‘Een echtpaar op leeftijd had het erg koud. Ze wilden in het donkere bos hout gaan sprokkelen. Maar uit dat donkere bos was nog nooit iemand levend teruggekomen. Maar het echtpaar had het zó koud dat het de tocht waagde. 's Avonds keek heel het dorp met spanning uit of het echtpaar terug zou keren. Vlak voor het vallen van de avond kwam het echtpaar levend en wel terug. Op hun gekromde ruggen droegen ze grote takkenbossen. Iedereen was verbaasd! Hoe was dat nu mogelijk? De man en de vrouw vertelden dat het donkere bos niet zo eng was, als iedereen vertelde. De enige die ze waren tegengekomen was een oude zwerver, met wie ze hun brood hadden gedeeld. ‘Mijn God’, zeiden de dorpelingen, ‘is de God van Israël nu al tevreden met een half brood!’

Woestijn, dor en droog. Er is niemand te vinden, niets om je aan vast te houden, niets om achter of onder te schuilen. Een knagend gevoel van: wat moet ik hier? Wanneer we loslaten wat ons vertrouwd is, dan voelen we ons hulpeloos en alleen. Dan komen we terecht in ’n leegte die ons verweesd achterlaat. Woestijn is: hevig terugverlangen naar de goede oude tijd, naar wat we hadden, terug naar de vleespotten van Egypte. En toch weten dat we niet terug kunnen in de tijd. Dat dát ons geen échte vreugde geeft. Welke instrumenten in onze woestijntocht van veertig dagen en veertig nachten?

De vastentijd is een oefentijd naar Pasen. Je handen leegmaken om ze te kunnen vullen met Verrijzenis. In de vastentijd gaat het om deze drie woorden: vasten, bidden en aalmoezen geven. Ze zijn genomen uit het hart van de Bergrede die Jezus hield. En bij aalmoezen geven gaat het om meer dan 'n paar geldstukken. Het mag best 'n beetje pijn doen, als je geldbeurs wat dunner wordt. Gelukkig ben je, als je er iets anders voor moet laten staan. Onder aalmoezen geven wordt ook verstaan: iets van je tijd aan anderen geven, het verdriet met anderen delen, geduld hebben met elkaar. Toegroeien naar een nieuwe stijl van leven.

Vaten is een tijd van boete, bidden en mededeelzaamheid. Dat is een hele opgave. Maar we mogen gerust zijn: over de hele wereld vasten ze met ons mee. Het is 'n tijd, waarin we ons bezig zullen houden met de vraagstukken in onze samenleving: met vrede, gerechtigheid, de heelheid van de schepping. Wat doen we concreet aan vrede in ons gezin, in onze buurt? Wat doen we aan de bescherming van ons milieu: lucht, water, groen? Wat doen we om de afvalstroom te verminderen? Wat doen we aan een maatschappij die geen soberheid kent en geen soberheid wil? Wat doen we aan de harde koel-zakelijke sfeer waarin mensen met elkaar omgaan? Hoe gaan we om met de noodlijdenden onder ons - in financieel, maar ook in geestelijk opzicht? Geeft ons wekelijks samenkomen ons voldoende steun mee, voldoende inspiratie?

Jezus gaat niet door de knieën voor het materialisme. Hij gaat niet in op de bekoring van een ik-gericht leven. Veertig dagen lang krijgen we de kans om los te komen van de dingen van deze wereld: om te leren er weer te zijn voor elkaar en voor God en voor elkaar, zeker als het gaat om een mens die in nood verkeert. Ik wens u een goede, inspirerende, maar vooral vruchtbare veertigdagentijd toe. Als het ons zou lukken in deze zeven weken onze handen leeg te maken, zal het Paasfeest straks des te groter zijn!

Ambro Bakker s.m.a.
deken van Amsterdam