logo RESCHENSTAUSEE – OP WEG NAAR PASEN

Beste Parochianen,

Vlakbij 't punt waar de grenzen van Zwitserland, Italië en Oostenrijk samenkomen, ligt de Reschenstausee. Het ligt er prachtig, dat blauwe stuwmeer in Noord-Italië. Vroeger lag er een dorp. Maar de planologen kwamen met hun tekeningen en berekeningen. Er moest een Stausee komen, een grote dam met een stuwmeer. Alle dorpsbewoners moesten verhuizen. De huizen werden gesloopt. Alleen de toren van de kerk bleef staan. Nu is het een imposant gezicht als je langs het meer rijdt: je ziet midden in het meer een grote kerktoren boven het water uitkomen. De toren is omgeven door water. 'n Vreemd gezicht. De kerk is verdwenen, de huizen zijn verdwenen. De zondvloed is er over heen gegaan. Wat er nog staat is de toren!
de toren uit de Reschenstausee

Voor veel mensen is ook de kerk onder water verdwenen. Voor hen bestaat de kerk niet meer. Ze stellen zich de vraag of de kerk nu wel zo nodig is. Ook zonder de kerk kun je toch 'n goed mens zijn! En soms doet de kerk niet veel meer dan wanhopige pogingen om het kerkelijk hoofd boven water te houden. De kerk is voor velen onder water verdwenen. Maar gelukkig staat de toren er nog! Die toren doet me denken aan Jezus. Als de kerk is doodgelopen, als de leerlingen treuren en de deuren sluiten uit angst voor hen die Jezus kruisigden, als de vrouwen zich huilend bukken bij het graf - dan staat daar torenhoog: Jezus, opgestaan uit de dood, verrezen uit de zondvloed! Pasen vieren is belijden dat geen zondvloed Jezus er onder heeft kunnen krijgen. Daar staat Hij: midden in een oceaan vol tranen en verdriet, van dood en ondergang. Hij staat recht overeind. Het is Pasen. Het nieuwe leven is er.

Met Pasen bieden wij tegenspel aan de krachten van de duisternis. We bieden tegenspel met tekenen van water en licht en een handjevol verhalen. Op zich lijkt het niet veel. We moeten ons er niet op verkijken, want elk verhaal dat met Pasen verteld wordt, voert ons weg uit de duisternis van de dood en trekt ons mee naar licht en leven. Met Pasen vieren wij dat ons leven niet zal ondergaan in de golven en dat wij dan niet voor een voldongen feit staan. Jezus heeft de duisternis, de dood, definitief aan de kant gezet. Hij wil er niets meer mee te maken hebben! Natuurlijk is de aarde nog steeds geen paradijs. Nog steeds leven wij in den beginne. Want nog steeds is de aarde woest en verlaten. Nog steeds jaagt een hevige wind de wateren tot ongekende hoogten. Nog steeds lijkt de aarde op de dorre en onvruchtbare woestijn.

Er stonden geen televisiecamera's bij het graf op Paasmorgen. Maar verbeeld je dat wij zélf de verrijzenis in scène zouden mogen zetten! We zouden er een ongekende spektakelfilm van maken: Een onweer barst los boven de wereld, een geweldige ontploffing. En als de rook is opgetrokken, hangt - badend in het licht en omgeven door honderden engelen - tegen een blauwe hemelse achtergrond, met talloze sterren om zijn hoofd - de verre¬zen Christus! We zouden van die film een kassucces maken! Jammer dat wij de regie van de Verrijzenis niet zélf in handen hebben gehad! Zonde dat wij de rechten van de Verrijzenis niet hebben kunnen opkopen! We zouden Jezus tussen de bomen laten vliegen als een soort Batman. We zouden grafstenen omhoog laten komen en uit de grond zouden we grote dampen en nevels tevoorschijn toveren. Want op zo'n spektakelfilm komen mensen af!

Maar niets van dit alles: het draaiboek van God is eigenlijk maar weinig spectaculair. Wij vinden in 't graf dan ook geen sporen van een gevecht van 'n mens op leven en dood. Welnee, het verrijzenisverhaal vertelt hoe de doeken, waarin Zijn lichaam gewikkeld was, keurig lagen opgerold. Stel je voor: heeft Hij op die vroege morgen rustig zijn kleren staan opvouwen, zoals wij ’s morgens vroeg ons bed opmaken. Alsof er niets bijzonders aan de hand is!

Een wonderlijke stilte op dit vroege uur van de morgen. En er komt geen enkel protest van de kant van de dood. Dat is vroeger wel eens anders geweest! Met hand en tand heeft Jezus zich tegen de dood verzet: "Vader, indien dat mogelijk is, laat dan deze lijdensbeker aan Mij voorbij gaan!". Onder protest heeft Hij zich aan de dood overgegeven, als Hij er aan toevoegt: "Maar, vader, niet Mijn wil geschiede maar de Uwe!"

Nog steeds zijn er mensen die met de dood vriendschap proberen te sluiten: ze noemen de dood Jan, Piet of Klaas. Ze praten over "Magere Hein" en "Schele Piet". Ze tutoyeren de dood. Ze denken zó met de dood te kunnen praten. Maar van Pietje blijft de "Dood" zijn achternaam. Jezus heeft nooit geprobeerd met de dood goede maatjes te worden. Jezus heeft hem de handschoen al toegeworpen in de kerstnacht. Hij streed met de dood in de woestijn en aan 't kruis. Op Paasmorgen velde Hij de dood voorgoed. Zo kon het eindelijk Pascha worden!

Voor velen is Pasen niet meer dan 'n lentefeest. De paashaas en de paas-eieren zijn voor hen alleen het symbool van het ontkiemende nieuwe leven. Dat zijn overblijfselen van een oud heidens lentefeest. Wij wensen elkaar straks geen "vrolijk Paasfeest", maar een "zalig Paasfeest". Want wij vieren ook een nieuwe lente. Maar dan gaat het over een lente die het voorgoed gewonnen heeft van een koude en gure winter. Het Licht heeft zich voorgoed ontworsteld aan de duisternis. Dat staat als 'n (kruis) paal boven het (doop)water! Wij nodigen u van harte uit om de vieringen in de Vastentijd, de Goede Week en Pasen met ons mee te maken.

© Pastoor Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken H.Augustinus
Amsterdam-Buitenveldert

recente aanpasssingen