St. Augustinuskerk glas-in-lood H.Geest

Fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

WAS IK MAAR EEN KWAL

kwal

Af en toe zou ik best 'n kwal willen zijn! Nu moet u niet flauw zijn en zeggen: die wens van jou is allang in vervulling gegaan! Nee, niet zo’n verve­lende kwal, maar gewoon een kwal die leeft in de diepte van de oceaan. Dat zei ooit de intussen overleden dominee Okke Jager.:

‘Wat lijkt het me heerlijk
om een kwal te zijn in diepe zee,
te zweven en te zwemmen,
te leven van de zwaartekracht alleen,
de mensen niet te kennen.
Hij weet geen snars van een neutronenbom,
van een kabinetsformatie of van Franco,
zijn zenuwring loopt vol en leeg,
zijn ziel blijft eeuwig blanco.
De atoombom laat hem koud,
en angstneurose blijft hem vreemd
al wordt hij nog zo oud...’

We leven tegenwoordig in een prestatiewereld. We moeten altijd op onze tenen lopen. Niet voor niets lopen er zovelen van ons zo gestrest rond. Geen wonder dat er mensen zijn die zeggen: ik wou dat ik weg zou kunnen vluchten van al die problemen in de wereld. Gewoon niet meer hoeven denken, niet meer op je tenen hoeven lopen, niets meer presteren. Niet voor niets zoeken elke dag, alleen al in Nederland, zo'n 22 mensen de grens van hun leven op. Velen verlangen naar een wereld, waarin je niets hoeft te presteren, niets hoeft te weten, niet op je tenen hoeft te lopen.

Wat zouden ook wij graag probleemloos leven. Dat gevoel hebben wij niet alleen. Ook koning David heeft dat ooit uitgeroepen. In een van de Psalmen van David (55:7-9) schreeuwt David het uit: ‘Had ik maar vleugels als een duif, ik zou wegvliegen naar de woestijn, weg van de rukwinden en de storm’. Koning David wil vluchten ver weg. Weg van de problemen, weg van de atoombom, weg van de files, weg van alle terroris­me, weg van al die honger, weg van al dat geweld. En inderdaad: af en toe zou je jaloers worden op 'n kwal die daar maar probleemloos leeft in de diepte van de zee. Maar de werkelijkheid is dat we leven te midden van een wereld vol problemen. Het leven kan soms zo ingewikkeld zijn. Hoe lossen we die problemen op? Mensen tegenover mensen, volkeren tegenover volkeren, werelddelen tegenover werelddelen.

Jezus pleit ervoor dat we elkaar de andere wang toekeren. Maar is dat wel mogelijk Mensen staan elkaar naar het leven, we laten elkaar verhongeren, verarmen en verdor­ren. Wij hebben onze mond vol van woorden als medemenselijkheid en naastenliefde, maar toch is het vaak ‘oog om oog, tand om tand’ nog steeds favoriet. Wij en zeker ons land gaat voor. Wijst Jezus ons vanmorgen een begaanbare weg? Of is het niet meer dan een droom, een onbereikbaar ideaal? De andere wang toe keren? Je bent gekke Gerrit toch niet! Want de eerste klap is toch een daalder waard? En als je vrede wilt, moet je je op oorlog voorbereiden. Zorg dat je voldoende wapens hebt, zodat een ander je niet aan durft vallen. ‘Bemint uw vijanden’ horen we Jezus zeggen. Maar is het al ingewikkeld ge­noeg om van mensen te houden met wie je 't leven deelt! Hoe kan Jezus zoiets van ons vragen? Toch vraagt Jezus om het radicaal goed-te zijn, om de radicale overwinning van het goede op het kwade.

Als we eerlijk zijn, moeten we Jezus vanmorgen gelijk geven. De liefde tot de vijand is de enige weg naar een duurzame vrede. Elke reactie zorgt voor een reactie van de ander en zo ontstaat er een kettingreactie. Een klap die gegeven wordt, lokt 'n hardere klap uit. Zo ontstaat er een houding van onuitroeibare haat en onrecht. De duivelskring van slaan en terugslaan, van haten en terughaten kan volgens Jezus alleen doorbroken worden door het antwoord van geweldloosheid.

Het gebod van de Heer ‘Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken, en bidt voor hen die u mishandelen’. En dat geldt niet alleen voor mensen onderling, het geldt ook voor de volkeren onder elkaar. Maar dan kun je helemaal niets meer met het evangelie. Wat begin je er mee in de grote internationale politiek? Daar praat je alleen over het bewapeningsevenwicht. Elk volk voelt zich gedwongen zijn vrij­heid af te schermen met tanks, vliegtuigen en raketten. Zo zijn we met z'n allen op een kruitvat terecht gekomen. Toch zijn er mensen die anders deden en anders doen. Mensen als Ghandi, Martin Luther King en de onlangs heiligverklaarde aartsbisschop Romero. Zij hebben zich niet als een kwal teruggetrokken in de diepe zee, maar zij hebben de eerste kleine stappen gezet van geweldloos verzet.

Ook de toekomstige koning David staat voor die keuze. Hij staat met zijn manschappen rond het bed van de slapende koning Saul. Wat een kans om de oude koning een kopje kleiner te maken! Maar David laat zich niet verleiden. Hij laat Saul leven, want hij weet dat er een spiraal van geweld zal ontstaan. Dezelfde stap zette Jezus, toen Hij in de Hof van Olijven 't oor van de militair genas, die Petrus met z'n zwaard had afgehouwen. Zelfs aan het kruis bad Hij voor diegenen die Hem dat aandeden: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’. Jezus wil geen toeschouwer zijn van het wereldge­beuren en wegvluchten. Hij keert zelf concreet de andere wang toe. Een kroon van doornen, en een spotmantel, is het antwoord op deze ontwapenende houding.

Maar Hij wist dat Hij, door zo te handelen, uiteindelijk zijn Vader aan zijn zijde wist. Waar iedereen sprak over het einde, had Jezus het over 'n nieuw begin. God heeft ons niet geschapen als kwal of als duif. Hij heeft ons geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. Wij staan voor de keuze elkaar af te maken of elkaar op de been te helpen. Andere mensen beschouwen we teveel als tegenliggers. Misschien dat we met elkaar toch die wereld kunnen bouwen, zoals die door God bedoeld is in den beginne. De andere wang is dan blijkbaar toch de enige weg die leidt naar het nieuwe Jeruzalem, Gods eigen vredesstad, zijn sjaloom, op aarde.

Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: H. Augustinus