Fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

EEN WEGBEREIDER

Hij moet groter worden, ik kleiner

Op een schilderij van Matthias Grünewald (1470-1528) staat Johannes de Doper die met een extra lange vinger wijst naar Christus die gekruisigd wordt. Het schilderij is een onderdeel van het beroemde Isenheimer altaar. Nu staat dat altaar niet meer in Isenheim, maar in het Unterlinden Museum in het nabijgelegen Colmar. Dit museum trekt jaarlijks talloze bezoekers. De belangrijkste thema’s zijn: de kruisiging, de aankondiging aan Maria, de geboorte van Christus, zijn graflegging, zijn opstanding, en de heilige Sebastiaan en Antonius. Maar het gaat vooral om het middenstuk. Johannes de Doper staat daar in boetekleding en wijst met zijn extra lange vinger naar Christus die gekruisigd wordt. Daarbij op de achtergrond de Latijnse woorden ‘illum oportet crescere, me autem minui’. (Hij moet groter worden en ik kleiner – Johannes 3:30). Een prachtig schilderij, de moeite waard om het ooit eens te bekijken.

En Matthias Grünewald heeft gelijk. Johannes de Doper met zijn lange vinger is de wegwijzer naar de Messias geworden. Johannes pleit voor het aanleggen van nieuwe wegen in je leven, richting vrede en gerechtigheid, waarbij de Messias mag groeien, en hij kleiner mag worden. Johannes was in zijn tijd enorm populair. Als je het leven en het optreden van Johannes de Doper overziet, dan kan het niet anders of hij had in zijn tijd een vedette kunnen worden. Hij had kapitaal kunnen slaan uit zijn positie. In zijn tijd was hij een ‘ster’. Hij kon de massa begeesteren! Iedereen dweepte met hem. De machtigen kwamen in groten getale naar hem toe en lieten zich door hem dopen. Ze wilden hem ook eretitels geven als ‘profeet’ en ‘Messias’.

Johannes had gemakkelijk een geweldige machtspositie kunnen opbouwen. Dat deed dat hij niet. Hij hield niet van ‘Personality shows’. Bij hem ging het ‘om de zaak’ zelf. Bij interviews was hij buitengewoon zwijgzaam en kortaf. Op de vraag van mensen ‘wie ben je?’ zei hij alleen wie hij níet was: ‘Ik ben niet de profeet en ik ben niet de Messias.’ Johannes wilde Wegwijzer zijn, een Wegbereider. En een Wegwijzer staat nooit midden op de weg, hij staat náást de weg. Een wegwijzer verwijst nooit naar zichzelf, hij wijst altijd van zich af. We kunnen veel van Johannes leren. Als we ergens succes mee hebben, dan kloppen wij ons op de borst in plaats van naar God te verwijzen.

this way that way

Wat heeft Johannes de Doper gezien langs de weg? In ieder geval geen mooie gebouwen en prachtige tempels. Johannes was een man die leefde in de barre woestijn. Maar hij kende als geen ander de kronkelige en bochtige weg door het leven. Hij was op de hoogte van elke gevaarlijke kruising. Hij kende elke 'uitholling overdwars'. Hij was de wegberei­der van Jezus en wel met hart en ziel. Hij mocht de grootste van alle profeten aanwijzen en Hem zelfs midden in de Jordaan dopen. Hij wijst Hem aan: ‘Beste mensen, midden onder u staat Hij die gij niet kent. Kijk, daar komt Hij aan: het Lam God van God dat wegneemt de zonden van de wereld’.

Dit weekend is het feest van de geboorte van Johannes de Doper. Het evangelie brengt ons in het huis van Elisabeth en Zacharias. Elisabeth gaat haar kindje krijgen. Daar zal wat afgepraat zijn! Over het geluk dat Elisabeth nog een kind kreeg, toen dat menselijker­wijze nauwelijks mogelijk bleek. De tongen daarover komen los: een kind, en wel nog op haar leeftijd. Ongehoord! De vader blijft op de achtergrond. Hij staart wat voor zich uit. Waarom zegt hij niets? O ja natuurlijk, hij kan niet anders: zijn tong is gebonden op het moment waarop God zijn ongelovige tong in de tempel tot zwijgen bracht.

Dan komt er een belangrijk moment. De besnijdenis wordt voltrokken. Het kind moet een naam hebben. Iedereen heeft al beslist hoe het kind gaat heten. Het kind zal Zacharias heten. Maar zijn moeder beslist anders. Het kind krijgt de alledaagse naam van ‘Jantje’. Gewoner kan het niet. Jan! Het gezelschap raakt verhit: waarom deze naam? Zo heet toch niemand in de familie? Ineens herinneren ze zich de zwijgende vader. Hij zal het probleem oplossen. Zij geven hem krijt en een leitje. Zacharias schrijft met grote hanenpoten: de naam op. ‘Johannes’ - die naam betekent ‘God is genadig’ - zo zal hun kindje heten. Op dat moment komt zijn tong weer los. Hij kan weer spreken. Waarom juist nu? Op dit ogenblik staat er in het evangelie. Op het moment dat hij zijn zoon ‘Jan’ (God is genadig) heeft genoemd. Of moet ik zeggen: op het moment dat hij gehoor gaf aan de stem van God?

© Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: H. Augustinus