image/svg+xml

Fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

HET KERSTKIND KRIJGT EEN NAAM

Heilige Familie

In het begin van het evangelie van vandaag horen wij hoe Maria en haar Kind naar de tempel gaan om, zo zegt de Wet van Mozes, zich te laten reinigen. Mijn moeder had het niet zo begrepen op dit reinigingsritueel. ‘Als het om reiniging gaat, kunnen ze beter de mannen naar de kerk sturen’, zei ze dan.

Jammer dat de kerkgang zo werd geïnterpreteerd en het in onze liturgie geen plaats meer heeft. Want het getuigt toch van een diep geloof in de oerkrachten van je leven, als je na de geboorte van je kind, dat je negen maanden onder je hart hebt gedragen, teruggaat naar het Huis van God, om Hem voor de geboorte van je kind te bedanken. Je draagt je kind aan God op, omdat je weet dat Hij het begin en het einde is van alles wat leeft. Bij Hem komt alle leven vandaan, naar Hem keert alle leven terug. Zo ondergaat ook Maria vandaag haar kerkgang.

In de H. Schrift wordt elk geboorteverhaal afgesloten met de naamgeving. Als mens ben je er pas, als je ook geroepen kan worden. Dan ben je ergens op aan te spreken. Bij name raak je gekend en genoemd. Ook het Kerstkind krijgt een naam en wordt daarmee lid van het Joodse Volk. En bij dat volk verwijzen namen niet zozeer naar het verleden (het vernoemen naar iemand), ook niet naar het heden (modenamen). Een naam geef je met je blik op de toekomst. Een kind 'n hoopvolle naam geven betekent in de Bijbel: ‘dat wensen wij het nieuwe kind toe. Zo zul je heten, zo zul je worden!’

En maak je naam waar! Er spreekt verwachting uit, je levensprogramma. Zo betekent de naam Abraham: ‘Vader van vele volkeren’. De naam Eva betekent: ‘Moeder van alles wat leeft’. De naam Israël betekent: ‘Strijder van God’. De naam Benjamin: ‘zoon van het geluk’. De naam Jozua en Jesjua betekent: ‘Hij die redt’. Deze naam krijgt ook het Kerstkind. Officieel heet Hij dan: ‘Jesjua Ben Jozef’ - Jezus, de Zoon van Jozef. Daarmee krijgt Jezus zijn levensprogramma mee. Het is meer dan een etiket. Deze naam zal Zijn leven worden. Zoals je heet, zo zul je zijn! Natuurlijk maakt niet iedereen zijn naam waar. Maar was de naam van Jezus niet aangezegd door een engel? Dan heeft Jezus zijn naam van God zelf ontvangen!

Waarom ging Maria en Jozef op de veertigste dag na de geboorte met hun Kind op weg naar de tempel? Dat heeft alles te maken met het oude Paasverhaal. Het verwijst naar de nacht waarin de eerstgeboren zonen van de Egyptenaren stierven, terwijl de oudste zonen van de Israëlieten gespaard bleven. In die verschrikkelijke nacht vol bloed, geweld en duisternis heeft het Volk beloofd om voortaan de oudste zonen in de tempel aan God toe te wijden. Maria en Jozef in de tempel. Er komen er twee mensen op hen af. De profetes Hanna en de oude Simeon. Anna is 84! Een heilig getal: zeven maal twaalf! Daar moet God tussen zitten! De vrouw begint te spreken tegen de mensen in de buurt. Wie erlangs zou lopen, zou niet veel anders zien dan een klein onopvallend groepje mensen. Zoals er zoveel groepjes mensen staan op het tempelplein. Wie ooit bij de Klaagmuur van Jeruzalem is geweest, weet wat voor geroe¬zemoes het daar is van pratende en biddende mensen.

De oude Simeon begint te zingen. Dat doe je als je hart ergens vol van is. In het Evangelie van Lucas is dat al de vierde keer. Eerst zingt Maria haar lied, dan Zacharias, de vader van Sint Jan de Doper. Vervolgens de engelen op het veld bij de geboorte. Nu zingt Simeon zijn lied: ‘Mijn ogen hebben het heil gezien’, zingt Simeon. Het woord ‘heil’ is Jesjua. De naam van het Kind is Jesjua. Heil en redding hebben alles met elkaar te maken. ‘Mijn ogen hebben Gods redding aanschouwd’. Vervolgens profeteert Simeon: ‘Dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen’ Want het geboorteverhaal van Jezus is een lijdensverhaal in een notendop. Daarom komt Simeon de kerstsfeer verstoren. Eens komt de dag waarop een moeder zich buigt over het dode lichaam van haar Eniggeboren Zoon, zoals tot de dag vandaag moeders zich buigen over de lichamen van hun dode kinderen. Daarom vraagt het kerstverhaal dat we niet alleen verwijzen naar het ‘Gloria in excelsis’ van de Kerstnacht, maar evengoed naar ‘Amnesty International’. Want de weg naar het heil gaat ook in 2018 door controverse en strijd.

‘Mijn ogen hebben het heil aanschouwd’ prevelt de grijsaard Simeon. Wat aanschouwen onze ogen in onze tijd? De dood van miljoenen Afrikanen die van de honger sterven? Wat zien ónze ogen: de 50 miljoen vluchtelingen die nergens meer thuis zijn? De uitkijk op een wereld vol onheil staat tegenwoordig midden in onze kamers, zelfs in grootbeeld. Deze uitkijk heet televisie. Ook in het komend jaar 2018 zullen onze ogen naast heil nog veel onheil zien. En de ogen van velen zullen zo verblind worden door wat ze zien dat ze het zicht op het heil verliezen. Maar de evangelist Lucas vertelt het verhaal van een man die het zag, die het zag tot in de diepte. Geen stralend kind zag hij, maar een Kind dat bestemd is tot val en opstanding van velen. En Simeon mag misschien oud zijn geweest, maar nooit te oud om uit te zien naar het heil. Dat hield hem jong. Het kind dat nu in zijn armen ligt, zal straks opstaan en op weg gaan.

In de eerste lezing hoorden wij ook een geboorteverhaal. Drie mannen bezoeken Abraham (die al op leeftijd is) en zeggen dat zijn vrouw Sara zwanger zal worden. Sterker nog: ‘Zijn nakomelingen zullen talrijker zijn dan het aantal sterren aan de hemel’ (Genesis 15:5). Sara krijgt een zoon en noemt hem Isaak. De oude Abraham heeft nu zijn stamhouder, zijn eerstgeborene, zijn erfgenaam. En zijn naam is zijn programma! Want zijn komst geeft Abraham en Sara weer reden om te lachen. Dat betekent de naam Isaak ook. Abraham en Sara wijden hun kind aan God toe en laten hem besnijden (Genesis 21:4). Twee families, Jozef en Maria, Abraham en Sara, hebben weer zicht op hun toekomst. Aan beiden werd van Godswege een kind aangezegd. Het eerste wat de twee echtparen doen, is hun kind een naam geven en hun kind onder Gods zegen plaatsen.

© Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie Augustinus

Grotendeels ontleend aan
W.R. v.d. Zee: Vandaag gebeurt het, Boekencentrum 1985 (pag.43-53)