image/svg+xml

Fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

EN HET WOORD IS VLEES GEWORDEN

het woord is vlees geworden

Boven in de kerststal - los van de grond - hangt in de meeste kerststallen een engel. In zijn handen draagt hij een banderol, waarop te lezen staat: ‘Vrede op aarde’. Een langere tekst kan hij niet in zijn handen houden. Want de hele tekst op de banderol luidt: ‘Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft’. (Lk 2:14)

Engelen boven de kerststal. Wat hebben engelen het eigenlijk gemakkelijk! Ze wonen in de hemel, hoeven zich niet druk te maken om hun levensonderhoud, hoeven geen kinderen groot te brengen, zijn niet eens getrouwd. Zij lijden geen honger en dorst. Ach, denk ik dan: waarom hangen engelen eigenlijk boven de kerststal? Waarom komen ze niet naar beneden en gaan ze tussen de herders staan? Waarom gaan ze niet op zoek naar een iemand om het leven mee te delen. Zouden ze nog over vrede blijven zingen, als ze zelf getrouwd zouden zijn en kinderen groot zouden moeten brengen, als ze hun leven zélf vorm zouden moeten geven? Zouden zij het uithouden in de hitte van de dag, waarin wij moeten leven? Vrede op aarde? Durven we dat nog te zingen, terwijl op vele plekken de wereld in brand staat?

Wat ik aan de kerstengel zou willen vragen is: ‘Blijf niet boven die kerststal hangen. Kom maar naar beneden en begeef je tussen de herders, tussen ons mensen’. En als je de hitte van de dag gedragen hebt, moeten we maar zien of je dan nog een engel kunt blijven! En datzelfde zou ik eigenlijk ook tegen God willen zeggen: daal uit de hoge hemel neer, begeef je onder ons mensen, met alle narigheid vandien, en dan maar kijken of je God kunt blijven. (*)

En God antwoordt. Niet met een Woord, maar met een daad, want het is een Vleesgeworden Woord! Zijn antwoord luidt: ‘Heden is U een Redder geboren, Christus de Heer, de Zoon van David. En dit zal voor u een teken zijn: een Kind zult ge vinden, in doeken gewikkeld, liggend in een voerbak’ Het is duidelijk: in zijn eigen Zoon is God niet veilig in zijn hemel blijven zitten, maar heeft zich begeven in de arena van het menselijk lijden. God is niet aan de kant blijven staan. Dat God almachtig is leren de meeste godsdiensten. Dat God mens geworden is aan de onderkant van de samenleving, dat is in deze wereld ongehoord.

Het jaar 2017 waarin weer zovele mensen, zelfs hele volkeren, terecht zijn gekomen in de berm van het leven. Terroristische aanslagen, oorlog, honger, mensen op de vlucht, natuurrampen, neerstortende vliegtuigen, zware orkanen en hevige stormen, over de kop geslagen bussen, gezonken veerboten. Is er nog wel een reden om kerst te vieren? En als we zingen over ‘vrede op aarde aan mensen van goede wil’, klinkt dat lied van ons dan nog wel oprecht? Menen we het ook? Zien wij het kerstkind nog wel zitten? Waar hebben wij Hem neergelegd? Misschien tussen kerstboom en kerstbrood? Misschien hebben we Hem zelfs naast de kribbe gelegd, om de kribbe te kunnen vullen met kerstengeltjes, vrome wensen en ontroerende kerstliederen.

Kerstmis 2017: de kerstbomen zijn opgetuigd, de stalletjes weer van zolder gehaald. Op de velden liggen weer talloze herdertjes en de drie koningen zijn al weer onderweg. Ook onze plannen zijn gemaakt om vanmiddag opa en oma een zalig kerstfeest toe te wensen - met een kerststukje in de hand. De zakenmensen hebben hun deuren gesloten en bergen hun miljarden euro's op. Maar ze hebben dan ook een drukke tijd achter de rug! Kerstmis 2017: het is voorbij voordat je het weet. En je ervaart hoe in ons leven droom en werkelijkheid uit elkaar lopen. Jezus, partijganger van de armen en misdeelden, ligt in een voerbak van barok, in exotische doeken gewikkeld. Honderden miljoenen mensen zijn vannacht door de duisternis getrokken. Op zoek naar wat? Waarom slaat geen enkel ander feest zoveel heimwee los naar het verloren paradijs van onze kinderjaren?

Waarom zijn we dan toch in een feestelijke stemming bij elkaar? Met honderden miljoenen tegelijk? Om weg te dromen? Nee, omdat er in de kerstdagen woorden gebeuren, vleesgeworden woorden. En in het hele kerstverhaal zijn er geen woorden zo vurig als de laatste woorden: ‘Vrede op aarde aan de mensen van goede wil’. Vrede op aarde - het brandt in je mond als je deze woorden uitspreekt. En als we zingen over vrede, doen we dat niet eenstemmig, maar elke vogel zingt zijn eigen lied. Wij proberen elkaar te overstemmen in onze spreekkoren.

Het is duidelijk: vrede is geen toverwoord. Het is het eindpunt van een lange weg van zoeken en luisteren, van werken en vechten. Ook 'n weg van lijden, tegenslagen en soms diep menselijk verdriet. Zo heeft Jezus zijn spoor getrokken dat door geen machthebber is uit te wissen. De profeten hadden Jezus deze droom gegeven: dat alle zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegijzers. En het Kerstkind, eenmaal volwassen geworden, heeft ook laten zien welke weg begaanbaar is. Hij gaf woorden, vleesgeworden woorden, een bergrede vol. Woorden die hijzelf voorleefde. Wij mogen Zijn liefdeslessen nooit vergeten:

In heel plechtige missen ligt het hoogtepunt op de woorden ‘et incarnatus est’ (Hij heeft het vlees aangenomen). De voorganger buigt dan eerbiedig zijn hoofd. Mozart heeft dat in zijn Mis in c klein goed begrepen: pas na acht minuten is de sopraan hierover uitgezongen. En Mozart koos hier voor een kerstmelodie. In zekere zin vind je hier zijn hele theologie over de menswording van God in Jezus Christus. Je hoort de tederheid van Maria. Het aannemen van het vlees uit Maria wordt door Mozart uitgewerkt als een beeld van de tedere, moederlijke kant van God. Dat is de kern van het evangelie op deze kerstmorgen. Ik wens u allemaal een zalig kerstfeest toe.

© Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland

* Vgl. Ratlos war der Rabbi nie - Chassidischer Humor,
hrsg.von Rabbi Shmuel Avidor Hacohen,
GTB 774, Gütersloher Verlagshaus 1995/6, S.41