Fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

WACHTEN EN WAKEN

wijze en dwaze bruidsmeisjes

Wij beschikken vaak nog steeds niet over de juiste oren om de parabels van Jezus te verstaan. Wij blijven vaak hangen bij details en komen niet verder. Wat moeten we nu met zo’n bruidsmeisjesverhaal? Met een bruidegom die onverwacht thuiskomt en nog wel in de nacht. Met vijf meisjes die wél naar binnen mogen en vijf meisjes die in het duister achter moeten blijven en aan hun lot worden overgelaten,

Matteüs vertelt dit verhaal aan het begin van het hoofdstuk dat gaat over het einde der tijden (hoofdstuk 25) Het gaat over de laatste dagen van onze planeet. Daarmee wordt de parabel toch bijzonder interessant! Wij fantaseren er maar op los, als het gaat over de eindtijd. Wij dromen over eindcatastrofes, over hemellichamen die op elkaar zullen vallen, over grote overstromingen en verzengend vuur. De dag van het oordeel! Maar deze bijbelverhalen hebben het niet over de chaos die komt, maar over de chaos die nu op de wereld aanwezig is. Daarop is maar één houding mogelijk: wees waakzaam en gebruik je verstand! Aan olie op de wonden, die te laat wordt gekocht, heeft niemand wat! Anderen helpen op het moment dat het te laat is, is eigenlijk kant en klare onzin.

In het evangelie gaat het over ‘Tien meisjes’. In het Joodse denken is het getal tien het getal van de waakzame gemeenschap, die wacht en uitziet naar de komst van de Heer. Hij zal bokken en schapen scheiden. Dan zullen mensen zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en dorstig? Wanneer zagen we U naakt en ziek en in de gevangenis? Natuurlijk worden we wakker geschud, als we voor de televisie het verslag zien van de zoveelste hongersnood. Maar daarna vallen we - net als de vijf dwaze meisjes - weer rustig in slaap. We zijn als de leerlingen die met hun Heer - zelfs in de Hof van Olijven - geen één uur met Hem kunnen waken. Onze ogen zijn zwaar en vallen vaak toe.

Maar gelukkig is ‘nooit’ geen geliefd woord in de Bijbel. Er zijn altijd weer nieuwe kansen. Altijd kunnen we nog naar de olieverkopers. Olie lenen, dat gaat niet. Zélf zul je je moeten inzetten voor de komst van de Heer. Het evangelie vraagt niet om het onmogelijke. Het vraagt erom dat wij voldoende olie hebben, voldoende energie hebben. Die is niet op het laatste nippertje verkrijgbaar. Die olie moet je overdag inslaan voor donkere tijden. Waar haal je die olie vandaan? Sommigen putten haar uit de eenzaamheid, anderen uit gebed, weer anderen liggen wakker van het onrecht dat wij elkaar aandoen. Maar langzamerhand kan het recht gaan groeien. Het verstand van de bruidsmeisjes komt met de jaren, zou je kunnen zeggen!

Het evangelie roept ons op tot wachten en waken. Hierin ligt onze levensopgave: houden wij wel voldoende de wacht bij elkaars eenzaamheid? Zijn we aanwezig bij stervenden, hongerigen, zieken, gevangenen? En doen we dat van harte? Of zijn we wat ingedud? Is geloof niet meer geworden dan een discussieonderwerp voor lege avonden - onder het genot van een goed glas wijn? Wrijf de slaap uit je ogen. Slaap niet in, want de komst van de Heer is nabij. Blijf op wacht staan in je leven. Op wie wel, en op wie niet? Voor wie openen we onze deuren en harten? Voor wie blijven we gesloten? In de duisternis van de wereld, in de nacht van ons mensenbestaan, zal duidelijk worden wie verstandig is en dom. Als het duister wordt, komt het aan op de spankracht van het licht. Wat zwak is, zal sterk blijken. Dan kun je zien wat we waard zijn. Wat zichzelf heeft opgeblazen, zakt in elkaar.

Verstandig is diegenen die sporen van liefde hebben gevonden. In de duisternis van je bestaan zal de naam van God (Ik-ben-er-voor-jou) een teken van herkenning zijn, omdat je die naam eerder hebt gehoord, eerder hebt gedáán! Dom is de mens die zich ondoordacht in acties stort. Hij is te vroeg opgestaan, zijn vuur is uitgeblust, zijn olie, zijn energie, is op, verspild.

Er is een oud verhaal dat we niet in de Bijbel terugvinden. Het vertelt dat het toch één van de meisjes is gelukt om via de achterdeur naar binnen te komen. Gaandeweg had ze ontdekt dat haar lamp misschien niet fel brandde, maar nog voldoende warmte gaf. De Heer zag haar zitten en gaf haar een knipoog... Hij kende haar wel…

© Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: H. Augustinus